ECLI:NL:RBDHA:2021:14749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens gebruik vervalst document
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit volgde op het gebruik van een vervalst document bij binnenkomst in Nederland, hetgeen eiser niet betwistte. Tevens was eiser veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van een vals geschrift op Schiphol.
De rechtbank stelde vast dat de zware gronden voor het terugkeerbesluit, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen en het gebruik van vervalste documenten, terecht waren toegepast. Daarnaast werd de lichte grond dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft eveneens niet betwist.
Eiser voerde aan dat het opleggen van het inreisverbod in strijd was met artikel 8 EVRM Pro omdat hij gehuwd is met een Hongaarse vrouw en in Spanje woont, waar hij verblijfsrecht zou hebben. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser geen verblijfsstatus in Spanje had aangetoond. Ook het beroep op het verbod van refoulement werd niet in deze procedure behandeld.
Gelet op de omstandigheden en de onderbouwing van verweerder werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.