Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster 2](zus) en
[verzoeker](broer), hierna samen: verzoekers,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers dienden een visumaanvraag in voor kort verblijf, die door verweerder werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het doel en twijfel over terugkeerintentie. Verzoekers stelden dat het visum nodig was om bij het huwelijk van hun zus aanwezig te zijn en het recente verlies van hun vader te verwerken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het doel en de omstandigheden van de reis niet aannemelijk waren gemaakt. Ook was er geen sprake van vestigingsgevaar, mede omdat verweerder aan de moeder en zus van verzoeker wel een visum had verleend.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waardoor verzoeker Nederland mag inreizen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekers.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 31 december 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat verzoeker Nederland mag inreizen voor het huwelijk van zijn zus.