Eiser werd op 10 oktober 2021 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd in het kader van een grensprocedure. Uit onderzoek bleek dat eiser sinds 18 februari 2016 internationale bescherming geniet in Cyprus. De rechtbank stelt vast dat de maatregel onrechtmatig is vanaf 10 oktober 2021, omdat het grensbewakingsbelang niet meer gediend werd toen de verblijfsstatus in Cyprus bekend was.
Verweerder betwist niet dat eiser een verblijfsstatus in Cyprus heeft, maar stelt dat dit geen recht geeft op toegang tot Nederland. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar de werkinstructie 2021/10, waarin staat dat toegang tot Nederland niet geweigerd kan worden als iemand internationale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de vrijheidsontnemende maatregel op en veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €1.100,- voor de onrechtmatige detentieperiode van 11 dagen. Tevens worden de proceskosten van €1.496,- aan eiser toegekend.