De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 20 januari 2021 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 24 januari 2020 onder toezicht stond. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder.
Het verzoek tot verlenging werd ingediend omdat de hulpverlening het afgelopen jaar is gestagneerd. De moeder is overtuigd dat het onveilig is bij de vader, en beide ouders vertonen zorgelijk gedrag waardoor de hulpverlening niet effectief is. De minderjarige zit klem in een loyaliteitsconflict tussen de ouders, wat haar ontwikkeling bedreigt.
Tijdens de zitting gaven beide ouders aan open te staan voor mediation en verdere hulpverlening. De moeder vertrouwt de vader niet en vreest voor de veiligheid van de minderjarige, terwijl de vader begeleide omgang wenst en een plan van aanpak wil. De kinderrechter acht verlenging noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen en om de samenwerking tussen ouders te bevorderen.