Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Surinaamse nationaliteit bezittende persoon, kreeg zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken omdat hij zijn hoofdverblijf meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland, namelijk in Suriname, had gevestigd. Eiser voerde aan dat deze verplaatsing noodzakelijk was vanwege medische behandeling die in Nederland geen verbetering bood en dat de intrekking in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn hoofdverblijf daadwerkelijk naar Suriname had verplaatst tussen 17 oktober 2013 en 18 december 2018. Verweerder had terecht geoordeeld dat de medische situatie geen omstandigheid was die buiten de schuld van eiser lag, mede omdat de laatste behandeling in 2015 plaatsvond en er geen bewijs was dat de behandeling uitsluitend in Suriname kon plaatsvinden.
Verder oordeelde de rechtbank dat de inmenging in het gezinsleven niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Verweerder had meegewogen dat de gezinsleden in Suriname konden verblijven zonder objectieve of subjectieve belemmeringen en dat het gezinsleven aldaar kon worden voortgezet.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat de verplaatsing van het hoofdverblijf naar Suriname terecht is vastgesteld en geen strijd oplevert met artikel 8 EVRM.