Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
29 december 2021 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
- een showroom/werkplaats/garage met een werkruimte van 850 m² en een opslag/magazijn op de eerste verdieping van 136 m² (WOZ-object [object] [huisnummer 1] );
- kantoorruimte met een oppervlakte van 158 m² op de begane grond en 158 m² op de eerste verdieping (WOZ-object [object] [huisnummer 2] ).
- [object] [huisnummer 1] (zowel voor 2019 als voor 2020): een huurwaarde van € 44 per m² voor de werkruimte op de begane grond en € 34 per m² voor de opslag op de eerste verdieping. Een kapitalisatiefactor van 8,8.
- [object] [huisnummer 2] (2020): een huurwaarde van € 67,50 per m² en een kapitalisatiefactor van 8,8.
Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft haar ter zitting ingenomen stelling dat verweerder van een verkeerde objectafbakening is uitgegaan omdat slechts sprake is van één huisnummer, niet aannemelijk gemaakt. Verweerder heeft hierover verklaard dat inderdaad sprake is van één huisnummer, maar dat dit huisnummer voor de vaststelling van de WOZ-waarde is gesplitst in twee afzonderlijke objecten omdat deze blijkens de indeling zijn bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en ook daadwerkelijk sprake is van verschillende gebruikers. De rechtbank ziet geen aanleiding verweerder daarin niet te volgen.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, zijn de waarden van de WOZ-objecten en de daarop gebaseerde aanslagen niet te hoog vastgesteld en zijn de beroepen ongegrond verklaard.