ECLI:NL:RBDHA:2021:14957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die per 27 november 2019 werd omgezet in een WGA-vervolguitkering. Naar aanleiding van een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid en bezwaar tegen het primaire besluit, heeft verweerder medisch en arbeidsdeskundig onderzoek verricht. De verzekeringsartsen concludeerden dat eiser per datum in geding minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht meer had op een WIA-uitkering, die per 18 april 2020 werd beëindigd.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie niet was verbeterd maar verslechterd, en dat hij niet voltijds kon werken. De rechtbank stelde vast dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de rapporten geen tegenstrijdigheden bevatten. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt was voor meerdere functies waarmee hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen.
De rechtbank achtte de medische en arbeidsdeskundige rapporten betrouwbaar en vond geen aanleiding om het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering te herzien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering per 18 april 2020 wordt ongegrond verklaard.