ECLI:NL:RBDHA:2021:14982
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling bevestigd ondanks betwisting beperkingen en loonwaarde
Eiseres, laatstelijk werkzaam als verkoopmedewerker, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding per 30 november 2018. Verweerder beëindigde deze uitkering met ingang van 11 januari 2020 na een eerstejaarsbeoordeling op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek.
Eiseres betwistte het oordeel over haar beperkingen en de berekening van haar verdiencapaciteit, waarbij zij diverse medische klachten aanvoerde die volgens haar onvoldoende zijn meegewogen. Ook stelde zij dat de maatmanomvang en het maatmaninkomen onjuist waren vastgesteld en dat het verbod op reformatio in peius werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, waarbij alle klachten van eiseres zijn betrokken. De subjectieve klachten konden niet medisch worden geobjectiveerd en rechtvaardigen geen extra beperkingen. De arbeidsdeskundige rapporten waren consistent en de referteperiode correct vastgesteld. Het beroep op het verbod van reformatio in peius faalde omdat de rechtspositie van eiseres niet was verslechterd.
De rechtbank concludeerde dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.