Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoekster;
- de advocaat van verzoekster;
- de gecertificeerde instelling;
- de vader;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde waarin een gecertificeerde instelling verlenging van een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon vorderde. Tijdens de zitting op 30 november 2021 uitte verzoekster haar wrakingsverzoek mondeling en verliet zij de zaal, waarna de zitting zonder haar werd voortgezet.
Verzoekster stelde dat de rechter meerdere malen bevooroordeeld was en opmerkingen maakte die verder gingen dan het kritisch bevragen van partijen, waaronder uitspraken over haar psychische gesteldheid en gedrag. De rechter negeerde het wrakingsverzoek en deed op 2 december 2021 een beslissing op de verzoeken van de gecertificeerde instelling, welke later werd ingetrokken.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal en aanvullende aantekeningen van de advocaat van verzoekster onderzocht en concludeerde dat de rechter door haar opmerkingen en het negeren van het wrakingsverzoek de schijn van partijdigheid bij verzoekster heeft kunnen opwekken. Deze schijn is objectief gerechtvaardigd, zodat het wrakingsverzoek wordt toegewezen.
De behandeling van de hoofdzaak wordt geschorst en zal worden hervat door een andere rechter binnen de rechtbank die belast is met jeugdzaken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen en de zaak wordt geschorst en hervat door een andere rechter.