Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker, werd op 13 januari 2021 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op basis van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de grondslag van de maatregel, stellende dat zijn aanvraag als eerste asielaanvraag moest worden beschouwd en niet als herhaalde, waardoor artikel 59 lid 1 onder Pro b van de Vw van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat artikel 59b Vw de juiste grondslag is voor de bewaring, aangezien eiser op de dag van inbewaringstelling een asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank toetst vervolgens de bewaringsgronden en stelt vast dat eiser meerdere gronden betwist, maar niet alle, waardoor het risico op onttrekking voldoende is gemotiveerd.
Verder beoordeelt de rechtbank of een lichter middel dan bewaring mogelijk was. Verweerder heeft de noodzaak van bewaring gemotiveerd, onder meer vanwege de medische toestand van eiser en zijn familieomstandigheden, en het feit dat eiser eerder twee keer met onbekende bestemming is vertrokken om asiel in een ander land aan te vragen. Geen bijzondere omstandigheden maken de bewaring onevenredig bezwarend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.