Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[de man] ,
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 01 februari 2021.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 18 februari 2021 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende machtiging voor de duur van vijf jaar voor het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Cliënt, geboren in 1986, lijdt aan een licht verstandelijke beperking met een sociaal-emotionele ontwikkelingsleeftijd tussen 18 en 36 maanden, wat leidt tot ernstig nadeel. Uit de medische verklaring en het behandelplan blijkt dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om dit ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden, en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar zijn.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, gaf cliënt aan de gesprekken belastend te vinden en uitdrukkelijk te vragen om de machtiging voor vijf jaar, omdat hij bescherming zoekt tegen zijn gedachten en rust wil. De behandelcoördinator meldde dat cliënt in de huidige instelling uitbehandeld is en dat er wordt gewerkt aan een maatwerkplek in een geschikte instelling.
De rechtbank concludeert dat aan de criteria voor verlening van de opvolgende machtiging is voldaan en verleent deze machtiging voor de gevraagde duur tot en met 18 februari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor vijf jaar voor het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie.