ECLI:NL:RBDHA:2021:15074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wijziging verblijfsdoel wegens tijdelijke verblijf buiten Nederland
Eiseres, een Nieuw-Zeelandse nationaliteit houdende vrouw, vroeg wijziging van haar verblijfsvergunning van 'Working Holiday' naar 'verblijf als familie- of gezinslid bij referent'. Dit werd afgewezen omdat eiseres en referent geen gezamenlijke huishouding voerden en onvoldoende middelen hadden. Na bezwaar en een nieuw besluit bleef de afwijzing in stand vanwege verblijf langer dan zes maanden buiten Nederland.
Eiseres en referent waren in december 2019 naar Nieuw-Zeeland vertrokken met de intentie terug te keren, maar door coronamaatregelen en persoonlijke omstandigheden, zoals ziekte van de moeder van eiseres, konden zij niet terugkeren en moesten zij daar werken om te overleven. De rechtbank oordeelt dat het verblijf langer dan zes maanden buiten Nederland niet verwijtbaar was en geen verplaatsing van het hoofdverblijf inhoudt.
De rechtbank stelt dat eiseres en referent nog steeds hun hoofdverblijf in Nederland willen voortzetten, zoals blijkt uit hun inschrijving in de Basisregistratie Personen en het voortzetten van werkzaamheden in Nederland. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens is verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.