ECLI:NL:RBDHA:2021:15075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij gehoord had moeten worden vanwege nieuwe bedreigingen door een Nigeriaanse maffiaorganisatie in Duitsland en dat bescherming in Duitsland niet mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van het Vreemdelingenbesluit mag afzien van het horen van eiser bij een opvolgende aanvraag indien de relevante feiten al bekend zijn. Eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die afwijken van de eerdere procedure. De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten verantwoordelijk zijn en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij geen bescherming kunnen bieden.
Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat sprake is van indirect refoulement of systematische gebreken in het Duitse asiel- en opvangsysteem. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.