ECLI:NL:RBDHA:2021:15085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige Libische nationaliteit
Eiser, die stelt Libische nationaliteit te hebben, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan. Hij baseerde zijn aanvraag op het feit dat hij vanwege een revolutie in Libië niet kon terugkeren na een bruiloft in Algerije en dat hij en zijn stam bedreigd worden door Khadafi-aanhangers.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen geloofwaardige identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk maakte. Eiser kon geen identiteitsdocumenten overleggen en zijn verklaringen waren tegenstrijdig en summier, terwijl van een volwassene verwacht mag worden dat hij zijn achtergrond kan toelichten.
De rechtbank stelde vast dat eiser in beroep geen nieuwe gronden aanvoerde en verweerder gemotiveerd op de zienswijze had gereageerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier A. Wilpstra-Foppen op 18 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige nationaliteit en herkomst.