ECLI:NL:RBDHA:2021:15093
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de Dublin-verordening die Duitsland als verantwoordelijke aanwijst.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 februari 2021.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.1058) reeds is behandeld en een uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg op 19 februari 2021 en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.