Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
,eiseres/verzoekster,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Iraakse vrouw geboren in 1969, verzocht op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om uitstel van vertrek vanwege medische klachten. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan en dat eiseres in staat was te reizen.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting was eiseres niet aanwezig. De rechtbank oordeelde dat er geen reden was om eiseres voorafgaand aan het primaire besluit het BMA-advies toe te zenden, omdat het advies een oordeel van een arts betreft over reeds verstrekte medische verklaringen en er geen medische stukken waren die het advies betwistten.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag van eiseres terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank stelde eiseres vrij van het betalen van griffierecht vanwege haar financiële situatie. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.