ECLI:NL:RBDHA:2021:15131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen schorsing en weigering Ziektewet-uitkering wegens gebrek aan arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als schoonmaker en meldde zich ziek per 3 juni 2019. Verweerder schortte de Ziektewet-uitkering op en weigerde deze uiteindelijk op grond van medische rapportages waaruit bleek dat eiser niet arbeidsongeschikt was voor zijn functie.
Eiser voerde aan dat hij door gehoorverlies en concentratieproblemen wel arbeidsongeschikt was en dat zijn werkgever onjuiste gegevens had verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat eiser onvoldoende objectief bewijs had geleverd van arbeidsongeschiktheid.
Verder stelde de rechtbank dat eiser geen procesbelang had bij het beroep tegen de schorsing van de uitkering, omdat het primaire besluit dat het recht op uitkering ontzegt, onherroepelijk was. Het beroep tegen de weigering van de uitkering werd inhoudelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank wees de beroepen af en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de ZW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de weigering van de uitkering is ongegrond verklaard.