ECLI:NL:RBDHA:2021:15135
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken belanghebbende bij omgevingsvergunning uitweg
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die aan een derde-partij is verleend voor het aanleggen van een uitweg op een locatie in Oegstgeest. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tegen deze vergunning.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker op circa 900 meter afstand woont van de uitweg en geen zicht heeft op de uitweg vanaf zijn perceel. Daarnaast zijn er geen ruimtelijke gevolgen voor de woonomgeving van verzoeker. Om als belanghebbende te worden aangemerkt, moet een persoon een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat hem onderscheidt van anderen en rechtstreeks wordt geraakt door het besluit.
Gezien de afstand, het ontbreken van zicht en het ontbreken van feitelijke gevolgen van enige betekenis, concludeert de voorzieningenrechter dat verzoeker niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Het feit dat verzoeker een college-controlerende functie als raadslid heeft, verandert hier niets aan.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen belanghebbende is.