ECLI:NL:RBDHA:2021:15148
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverwijzing naar Zwitserland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Zwitserland op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak (NL21.1665) op 16 februari 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de hoofdzaak uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 22 februari 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.