ECLI:NL:RBDHA:2021:15149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Dublinprocedure en vertrek asielzoeker
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting was eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig, terwijl de gemachtigde aangaf geen contact meer te hebben met eiser.
De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij het beroep, mede gezien het feit dat eiser volgens meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers met onbekende bestemming was vertrokken. Uit vaste rechtspraak volgt dat als een vreemdeling zonder mededeling vertrekt, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij anders blijkt uit contact met de gemachtigde.
De gemachtigde van eiser kon geen contact met eiser verkrijgen en wist niet waar hij verbleef. De rechtbank concludeerde dat eiser geen concreet procesbelang meer had en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 22 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang doordat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.