ECLI:NL:RBDHA:2021:15150
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld samen met een vergelijkbare zaak (NL21.1633).
Tijdens de zitting op 16 februari 2021 waren verzoeker en zijn gemachtigde verhinderd en niet aanwezig. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en wijst het verzoek af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, en bekendgemaakt op 22 februari 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.