Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[kind 2], V-nummer: [v-nummer] en
[kind 3], V-nummer: [v-nummer] Hierna gezamenlijk: verzoekers (gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling zijn genomen wegens de toepassing van de Dublin-verordening, waarbij Roemenië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de behandeling van de asielaanvragen af te dwingen. De voorzieningenrechter heeft de zaken samen met vergelijkbare zaken behandeld.
Na behandeling van de hoofdberoepen heeft de rechtbank geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 22 februari 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de Dublin-verwijzing naar Roemenië rechtsgeldig is.