Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[kind 2], V-nummer: [v-nummer] en
[kind 3], V-nummer: [v-nummer] , hierna gezamenlijk: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld waarin hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen omdat Roemenië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bestreden besluiten op 6 januari 2021 per fax aan de voormalig gemachtigde van eisers zijn verzonden en daarmee bekend zijn gemaakt. Eisers stelden dat zij pas op 26 januari 2021 van de besluiten op de hoogte waren en beriepen zich op overmacht wegens het niet ontvangen van de fax.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de fax is verzonden en dat het aan eisers was om dit ontvangstvermoeden te ontzenuwen, wat niet is gelukt. De enkele stelling dat de fax niet ontvangen zou zijn, is onvoldoende onderbouwd. De beroepstermijn van één week liep daardoor op 13 januari 2021 af, terwijl het beroep pas op 28 januari 2021 werd ingediend.
Daarmee is het beroep niet tijdig ingediend en is de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar. Daarnaast bevestigde de rechtbank dat Roemenië terecht als verantwoordelijk land wordt aangemerkt op grond van de Dublinverordening en dat de Staatssecretaris het verzoek niet hoefde te behandelen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift tegen de Dublin-verwijzing.