ECLI:NL:RBDHA:2021:1517
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 23 oktober 2020 een asielaanvraag in Nederland in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Roemenië verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 14 oktober 2020 al een verzoek om internationale bescherming in Roemenië had ingediend. Verweerder vroeg Roemenië om terugname, wat werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege mishandeling en onrechtmatige detentie in Roemenië, en dat hij geen adequate rechtsbijstand kreeg. Hij stelde dat zijn rechten volgens het EVRM en het Handvest van de grondrechten van de EU werden geschonden en dat hij geen mogelijkheid had om in Roemenië klacht in te dienen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verklaringen van eiser boden onvoldoende grond om dit vertrouwen te doorbreken. De rechtbank wees erop dat eiser zich tot de Roemeense autoriteiten had kunnen wenden en dat het ontbreken van bewijs zoals foto’s van mishandeling zijn stellingen verzwakte.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier D.M. Biermann op 22 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.