ECLI:NL:RBDHA:2021:15190
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging Rva-verstrekkingen wegens ontbreken procesbelang
Eisers, bestaande uit een moeder en haar minderjarige kinderen, maakten bezwaar tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om hun Rva-verstrekkingen per 27 april 2020 te beëindigen en hun opvang niet te continueren. Eisers hadden rechtmatig verblijf tot 30 maart 2020 en ontvingen een coulanceregeling vanwege het coronavirus.
De rechtbank onderzocht of eisers nog procesbelang hadden bij het beroep. Verweerder stelde dat eisers op 10 juni 2020 met onbekende bestemming de opvanglocatie hadden verlaten en dat de verstrekkingen zouden zijn doorgegaan als zij waren gebleven. Eisers ontvingen sinds 22 juni 2020 verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez.
De rechtbank concludeerde dat eisers geen rechtens te beschermen belang meer hebben bij inhoudelijke behandeling van het beroep, omdat zij zelf de opvang verlieten en kennelijk geen prijs meer stellen op de Rva-verstrekkingen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.