ECLI:NL:RBDHA:2021:15218
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering teruggave bitcoin na investering in cryptomunten
Eiseres heeft in januari en maart 2018 in totaal één bitcoin overgemaakt aan gedaagde, die een algoritme had ontwikkeld voor handel in cryptomunten. Eiseres vordert teruggave van de bitcoin en een dwangsom, stellende dat zij en gedaagde een overeenkomst hadden waarbij gedaagde de bitcoin zou beheren en hierover zou rapporteren. Gedaagde stelt dat de bitcoin is ingewisseld voor andere cryptomunten en dat de investeringen zijn verdampt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat teruggave van de bitcoin niet mogelijk is omdat niet vaststaat wat er precies mee is gebeurd. Het gebruik van de bitcoin voor investeringen was de bedoeling van partijen, en het is niet onbegrijpelijk dat gedaagde de bitcoin heeft gebruikt voor aankoop van andere cryptomunten. Eiseres kon de bitcoin zelf op haar wallet laten staan als zij alleen wilde profiteren van koersstijgingen.
Hoewel eiseres hoopte op rendement en vertrouwen had in het algoritme van gedaagde, geldt dat investeringen ook negatief kunnen uitpakken. Gedaagde heeft verklaard dat de inleg van eiseres is verdampt en is niet verplicht tot schadeloosstelling. De rechter wijst erop dat eiseres mogelijk recht heeft op inzage in de investeringen, maar dat zij dit niet vordert in deze procedure.
De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot teruggave van de bitcoin wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.