ECLI:NL:RBDHA:2021:15220
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Eritrese verzoekster
Verzoekster, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 22 januari 2021. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 17 februari 2021, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.1351). Verzoekster was aanwezig met gemachtigde en tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak van diezelfde dag, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 23 februari 2021 en is definitief, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.