Eiseres, een Eritrese asielzoekster, verzocht het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) om vergoeding van reiskosten die zij wekelijks maakt in het kader van een omgangsregeling met haar dochter. Het COA wees dit verzoek af, stellende dat vergoeding van reiskosten als buitengewone kosten beperkt is tot specifieke situaties zoals asielprocedures, medische redenen, schoolvervoer of huisvesting in een gemeente.
De rechtbank oordeelde dat uit de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005) en de toelichting daarop niet volgt dat vergoeding van reiskosten enkel in die gevallen mogelijk is. Het standpunt van verweerder was onvoldoende gemotiveerd en er was geen bewijs dat de kosten niet noodzakelijk waren. Bovendien had verweerder onvoldoende rekening gehouden met het belang van het kind en het recht op familieleven zoals neergelegd in het Handvest van de Grondrechten van de EU en de Opvangrichtlijn.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de kosten niet uit haar normale toelage kan bekostigen en dat de reiskosten noodzakelijk zijn vanwege de omgangsregeling die door de rechter is vastgesteld. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en wees de vergoeding van de wekelijkse reiskosten toe tot het moment van overplaatsing naar een AZC dichter bij haar dochter.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank het COA tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De rechtbank liet de aanvraag tot vergoeding van reiskosten voor gesprekken met jeugdzorg en advocaat buiten beschouwing, omdat die op andere wijze konden worden gevoerd.