ECLI:NL:RBDHA:2021:15306
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Denemarken als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 23 februari 2021, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.1891). Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting; de gemachtigde van de verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 25 februari 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.