ECLI:NL:RBDHA:2021:15362
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke staat wordt aangewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De zitting vond plaats op 23 februari 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.1997) inmiddels is behandeld en dat een voorlopige voorziening daarom niet meer nodig is. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.