ECLI:NL:RBDHA:2021:15397
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Marokkaanse verzoeker
Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger geboren in 1991, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 25 januari 2021. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 17 februari 2021, samen met een gerelateerde zaak (NL21.1450). Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van de verweerder wel aanwezig was.
Op 24 februari 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (NL21.1450). Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.