ECLI:NL:RBDHA:2021:15418
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds beslist beroep
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, en haar minderjarige kinderen hebben een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de zaak waarin het beroep werd behandeld. Op de dag van de zitting werd uitspraak gedaan in het beroepsproces, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.