ECLI:NL:RBDHA:2021:15482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over gebrekkig medisch onderzoek bij weigering WIA-uitkering
Eiser, voormalig medewerker casino, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Verweerder weigerde deze per 1 april 2019 toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar handhaafde verweerder het besluit, stellende dat de klachten van eiser een andere oorzaak hadden dan eerder. Eiser betwistte dit en stelde dat zowel psychische als lichamelijke klachten waren toegenomen en dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was.
De rechtbank stelde vast dat het primaire medisch onderzoek zich beperkte tot de eindewachttijdbeoordeling en onvoldoende rekening hield met psychische klachten gedurende de wachttijd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat er geen toegenomen beperkingen waren, maar baseerde zich op onjuiste aannames over de aanvang van psychische klachten. Eiser overlegde een letselschaderapport waaruit blijkt dat psychische klachten al tijdens de wachttijd aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek gebreken vertoonde en dat het bestreden besluit daarom niet in stand kon blijven. Verweerder kreeg de gelegenheid om de gebreken te herstellen binnen een gestelde termijn. Tot die tijd werd verdere beslissing aangehouden. Tegen deze tussenuitspraak is geen tussentijds hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is en geeft verweerder de gelegenheid het gebrek te herstellen; verdere beslissing wordt aangehouden.