ECLI:NL:RBDHA:2021:15488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming en intrekking procedures
Eiser, van Angolese nationaliteit, kreeg op 21 juli 2020 een meldplicht opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hiertegen stelde eiser beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 2 maart 2021 was eiser niet aanwezig, terwijl zijn tegenpartij zich liet vertegenwoordigen.
De rechtbank constateerde dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en zijn voormalige gemachtigde had verzocht alle openstaande procedures in te trekken. Ook een contactpersoon van Vluchtelingenwerk Nederland gaf aan geen contact meer met eiser te hebben. Hierdoor oordeelde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en het verzoek.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. De uitspraak werd mondeling gedaan en later gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.