Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter zitting
2.De vordering
3.Beoordeling van de vordering
4.De toepasselijke wetsartikelen
5.Beslissing
€ 747,62;
€ 747,62aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 23 december 2021 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een minderjarige veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie gericht op afdreiging, oplichting en witwassen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van 28 juli 2021, politieonderzoeken en uitgebreid bewijsmateriaal waaronder berichtenverkeer op telefoons. De veroordeelde had zelf geld verdiend met afdreigingen en oplichtingen en had anderen gepromoot binnen de criminele organisatie. De verdediging betwistte de hoogte van het gevorderde bedrag en stelde een lager bedrag voor.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat de veroordeelde ten minste €747,62 aan wederrechtelijk voordeel had verkregen, gelet op de aard van het bewijs en de rol van de veroordeelde. Gezien zijn minderjarigheid en het beleid van de Expertgroep jeugdrechters werd de gijzeling op 0 dagen vastgesteld. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.
Uitkomst: De veroordeelde wordt verplicht tot betaling van €747,62 aan de Staat, met gijzeling vastgesteld op 0 dagen.