ECLI:NL:RBDHA:2021:15519
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, conform het Dublin-verdrag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.2443) op 9 maart 2021. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, maar de gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. Na de zitting werd onmiddellijk uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en daardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.