Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser had beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd later opgeheven, waarna de rechtbank alleen beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was geweest.
Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat de overdracht op 10 februari 2021 niet had plaatsgevonden door administratieve fouten en het ontbreken van een noodzakelijke covid-test. Verweerder stelde dat hij steeds voortvarend had gehandeld door nieuwe overdrachtsdata te plannen en dat de weigering van eiser om mee te werken aan covid-tests de overdracht verhinderde.
De rechtbank oordeelde dat het niet doorgaan van de overdracht niet automatisch onrechtmatigheid van de bewaring betekende en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld. Ook de subsidiaire stelling van eiser dat de belangenafweging niet transparant was en dat zijn weigering om mee te werken aan de covid-test niet aan hem kon worden toegerekend wegens zijn gemoedstoestand werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die verweerder hadden moeten bewegen de bewaring eerder op te heffen en dat het beroep ongegrond was. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.