ECLI:NL:RBDHA:2021:15534
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking order deelname missie wegens vaccinatieplicht
Verzoekster kreeg mondeling te horen dat haar order om deel te nemen aan de FORTIS missie was ingetrokken omdat zij zich niet had laten vaccineren tegen Covid-19. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat de vaccinatieplicht gebaseerd is op de Wet Immunisatie Militairen en de Tijdelijke regeling vaccinatie Covid-19. Verzoeksters argumenten over de experimentele fase van het vaccin en alternatieve veiligheidsmaatregelen werden niet met bewijs onderbouwd.
De voorzieningenrechter vond dat het belang van een volledig gevaccineerde bemanning, gezien de beperkte medische capaciteit en de moeizame repatriëring van Covid-19 patiënten, zwaarder woog dan de belangen van verzoekster. Ook het feit dat het besluit mondeling werd meegedeeld en onvoldoende gemotiveerd zou zijn, zijn punten die in bezwaar behandeld kunnen worden.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de order deelname missie wegens weigering Covid-19 vaccinatie wordt afgewezen.