ECLI:NL:RBDHA:2021:15554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens schijnrelatie en verstrekken onjuiste gegevens
De Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de verblijfsvergunning van eiseres ingetrokken omdat zij onjuiste gegevens had verstrekt en er sprake was van een schijnrelatie met referent, die de biologische oom van eiseres bleek te zijn. De intrekking betrof ook de verblijfsvergunningen van haar kinderen, omdat hun verblijfsrecht afhankelijk was van dat van eiseres.
Eiseres betwistte de intrekking en voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met bewijsstukken die een duurzame en exclusieve relatie aantonen, zoals een proces-verbaal van een huisbezoek, verklaringen van buren, bankafschriften en inschrijvingen bij de huisarts. Verweerder stelde dat er tegenstrijdigheden waren in de verklaringen van eiseres en referent over het ontstaan van de relatie, het werk van eiseres en eerdere visumaanvragen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de relatie een schijnrelatie was, mede vanwege de tegenstrijdigheden en het ontbreken van overtuigend bewijs van een duurzame relatie. Daarnaast werd geoordeeld dat de intrekking geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert, omdat er geen beschermingswaardig gezinsleven was en de banden met Vietnam sterk zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wegens schijnrelatie is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.