De man en vrouw zijn gehuwd sinds 2009 en hebben een minderjarig kind samen. De vrouw verzoekt om exclusief gebruik van de echtelijke woning en voorlopige toewijzing van het kind aan haar. De man verzoekt eveneens om exclusief gebruik van de woning.
De vrouw ervaart spanningen in de woning als belastend en wil met het kind in de woning blijven, terwijl de man vanwege zijn geestelijke gezondheid aangeeft dat een stabiele woonomgeving cruciaal is en hij niet elders kan verblijven. Beide partijen kunnen niet tijdelijk bij familie of vrienden wonen.
De rechtbank oordeelt dat het handhaven van de huidige situatie, waarbij beide partijen samen in de woning verblijven, de minst slechte optie is om te voorkomen dat één van hen zonder woonruimte komt te zitten. Dit is ook in het belang van het kind, dat zo in een stabiele en vertrouwde omgeving kan blijven.
De verzoeken tot exclusief gebruik van de woning en voorlopige toewijzing van het kind worden afgewezen. De rechtbank adviseert partijen hulpverlening in te schakelen om passende woonruimte te vinden en onderling afspraken te maken over het gebruik van de woning.