ECLI:NL:RBDHA:2021:15582
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens vertrek uit Nederland
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, had bij besluit van 27 juli 2020 uitstel van vertrek op medische gronden geweigerd gekregen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het ongegrond verklaren van zijn bezwaar op 15 september 2020, stelde eiser beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting van 25 februari 2021 waren partijen niet verschenen. De rechtbank stelde vast dat eiser op 18 november 2020 naar Nigeria was vertrokken, waardoor hij feitelijk niet meer in Nederland verbleef. Omdat artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 uitstel van vertrek tijdelijk verleent aan vreemdelingen die zich in Nederland bevinden, concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer had bij de beoordeling van het beroep.
Eiser had ook geen schade gesteld die zou kunnen leiden tot een ander oordeel over het procesbelang. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Bouteibi en griffier J. Fagel.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang meer heeft na vertrek uit Nederland.