Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1972, van Marokkaanse nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Eiser heeft niet onderbouwd welke zorg- en/of opvoedingstaken door hem op afstand worden uitgeoefend en in welke mate hij contact onderhoudt met de minderjarige kinderen. Verder is niet gebleken dat eiser beslissingen neemt in het kader van zorg en opvoeding en ook niet dat hij zorgdraagt voor financiële ondersteuning aan referente en de kinderen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet van langdurig en regelmatig contact tussen eiser en de kinderen. Er is dan ook niet aannemelijk gemaakt dan wel onderbouwd dat de kinderen in hun ontwikkeling en evenwicht worden bedreigd als eiser zijn gestelde marginale taken op grotere afstand zou blijven vervullen. Gelet op voornoemde omstandigheden voldoet eiser niet aan de voorwaarden voor afgifte van een faciliterend visum, aldus verweerder.
De punten onder I, II en III maken dat het bestreden besluit onzorgvuldig is genomen, ondeugdelijk is gemotiveerd en in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Verder is het bestreden besluit in strijd met artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de artikelen 7, 24 en 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest), aldus eiser.