Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1999,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De aanvraag is buiten behandeling gesteld omdat de verschuldigde leges niet zijn betaald, ondanks meerdere uitnodigingen en mogelijkheden om dit alsnog te doen.
Eisers voerden aan dat zij betalingsonmacht hadden en daarom vrijstelling van leges moesten krijgen. De rechtbank overweegt echter dat het Voorschrift Vreemdelingen 2000 geen vrijstelling van leges voor deze verblijfsvergunning toestaat en dat het legesbedrag redelijk en proportioneel is. Daarnaast is artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU niet van toepassing omdat het hier een nationale verblijfsvergunning betreft.
Ook is het terecht dat verweerder heeft afgezien van het horen in bezwaar omdat er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld wegens niet betaling van leges.