Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
Beoordeling van de beroepsgronden
Rechtbank Den Haag
Eiser, die stelt Soedanese nationaliteit te hebben, verzocht om uitstel van vertrek vanwege ernstige medische klachten waaronder nierfalen en de noodzaak tot dialyse. Verweerder verleende aanvankelijk uitstel tijdens ziekenhuisopname, maar wees een vervolgverzoek af omdat eiser geen geldige documenten over zijn identiteit en nationaliteit kon overleggen.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder, waarbij de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit met officiële documenten moet aantonen voordat verder onderzoek naar medische zorg in het land van herkomst wordt gedaan, niet onredelijk is. Eiser kon dit niet aannemelijk maken en heeft ook niet voldaan aan de uitzondering dat hij geen documenten kan verkrijgen.
Eiser betoogde dat de taalanalyse in zijn asielprocedure voldoende was en dat verweerder ongerechtvaardigd onderscheid maakte tussen asiel- en reguliere procedures, maar de rechtbank verwierp deze argumenten. Omdat eiser niet aannemelijk maakte wie hij is, hoefde verweerder geen onderzoek te doen naar de toegankelijkheid van medische zorg in Soedan of naar reisvoorwaarden.
Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank benadrukt dat eiser ondanks zijn onrechtmatige verblijf wel de benodigde medische zorg in Nederland ontvangt en dat hij onvoldoende inspanningen heeft verricht om documenten te verkrijgen of Nederland te verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.