ECLI:NL:RBDHA:2021:15602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting verscheen noch eiser noch zijn gemachtigde, terwijl de Staatssecretaris wel vertegenwoordigd was.
De rechtbank constateerde dat eiser op 28 februari 2021 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer heeft gehad met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht, tenzij hij laat weten nog contact te onderhouden met zijn gemachtigde en nog in Nederland verblijft.
Omdat noch eiser noch zijn gemachtigde ter zitting verschenen en geen bewijs is geleverd van voortgezet contact of verblijf in Nederland, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op bescherming.