ECLI:NL:RBDHA:2021:15611
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een andere zaak (NL21.3387).
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak is het beroep reeds inhoudelijk behandeld en beslist, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 31 maart 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.