ECLI:NL:RBDHA:2021:15613
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel van vertrek wegens medische en coronagerelateerde omstandigheden
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, diende op 7 februari 2020 een aanvraag in voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 23 maart 2020 af, waarna eiser bezwaar maakte. Dit bezwaar werd bij besluit van 9 juli 2020 ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) adviseerde dat eiser, ondanks levercirrose en psychische aandoeningen, medisch in staat is te reizen en dat bij het uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn wordt verwacht. Eiser voerde aan dat de coronapandemie en de situatie in Afghanistan een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren en dat verwijderingen naar Afghanistan door EU-lidstaten zijn opgeschort.
De rechtbank oordeelt dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk concludent is en dat verweerder het besluit op dit advies mocht baseren. De tijdelijke reisbeperkingen vanwege corona raken de rechtmatigheid van het besluit niet en vormen geen grond voor uitstel van vertrek. De vraag of artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan in een verblijfsaanvraag worden beoordeeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.