ECLI:NL:RBDHA:2021:15654
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoekster, van Ugandese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 maart 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit was beroep ingesteld en tevens werd een voorlopige voorziening gevraagd. De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 31 maart 2021, samen met de behandeling van het beroep onder zaaknummer NL21.4004.
De voorzieningenrechter overwoog dat nu op het beroep al uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 14 april 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.