ECLI:NL:RBDHA:2021:15657
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling wegens gevaar openbare orde
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende persoon met hiv, vroeg een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 3.77 van het Vreemdelingenbesluit vanwege een onvoorwaardelijke geldboete die eiser had gekregen, wat gevaar voor de openbare orde inhoudt. Eiser kreeg wel uitstel van vertrek tot 10 mei 2021.
Eiser voerde aan dat verweerder de glijdende schaal van artikel 3.86 Vb analoog had moeten toepassen en dat het arrest van het HvJEU van 12 december 2019 een individuele belangenafweging vereist. De rechtbank oordeelde dat artikel 3.77 Vb van toepassing is en geen belangenafweging vereist, en dat het HvJEU-arrest niet relevant is voor deze aanvraag.
Verder stelde eiser dat het besluit een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt vanwege zijn homoseksualiteit en medische situatie in Oekraïne. De rechtbank vond dat verweerder voldoende inspanning had verricht door uitstel van vertrek te verlenen en dat geen schending van artikel 3 EVRM Pro was aangetoond.
Ten slotte wees eiser op toepassing van artikel 4:84 Awb Pro, maar de rechtbank vond dat verweerder de belangen voldoende had meegewogen en het besluit voldoende had gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning medische behandeling.