ECLI:NL:RBDHA:2021:15660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst Eritrese asielzoeker
Eiser, een Eritrese asielzoeker, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft deze aanvraag afgewezen omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat verweerder terecht twijfelt aan de geloofwaardigheid van eiser.
De rechtbank constateerde dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over zijn geboortedatum, waarbij verschillende documenten uiteenlopende data vermelden. Eiser heeft geen overtuigende en gedetailleerde documenten of verklaringen kunnen overleggen om zijn identiteit aannemelijk te maken. Ook de redenen voor zijn vertrek uit Eritrea, met name de ontduiking van militaire dienstplicht, werden als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege summiere en vage verklaringen en het ontbreken van onderbouwing.
Verder oordeelde de rechtbank dat de door eiser overgelegde documenten, zoals een kopie van een doopakte en een bewonerspas, onvoldoende bewijs vormen. De rechtbank verwierp ook de stelling van eiser dat de afwezigheid van een schoolpasfoto onvoldoende reden is om zijn identiteit in twijfel te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst.